Drenthe wil ‘duurzame koploper’ zijn

„We lopen goed op schema, bijna 250 melkveehouders in de provincie Drenthe doen nu mee aan het duurzaamheidsproject melkveehouderij”, zegt consulent Mirjam Balkema. Ze werkt voor het project Duurzame Melkveehouderij Drenthe.

Het project is een samenwerking van provincie Drenthe, LTO Noord, de Natuur- en Milieufederatie Drenthe, Staatsbosbeheer, Stichting Het Drentse Landschap, Natuurmonumenten en het Drents Agrarisch Jongeren Kontakt (DAJK). „Daar zijn we erg blij mee. We willen graag verder opschalen, want er is behoefte bij meer boeren om duurzaam te ondernemen. We zorgen er in het project voor dat ze praktisch met financiële ondersteuning aan de slag kunnen om stappen te kunnen nemen. Elke melkveehouder is uniek en ieder gebied in Drenthe is weer anders. Een boer in het Drentse Aa-gebied heeft andere uitdagingen dan een veehouder in de Veenkoloniën.”

Drenthe is de eerste provincie in Nederland die melkveehouders beloont voor het milieuvriendelijker maken van hun bedrijf. In de zomer van 2018 begonnen de eerste melkveehouders met het maken van een duurzaamheidsplan. Voor hun prestaties ontvangen ze een beloning op een of meer indicatoren, zoals stikstof, fosfaat, ammoniak, klimaat en weidegang. Per indicator kunnen melkveehouders een beloning krijgen van 500 euro, wat kan oplopen tot maximaal 7.500 euro in drie jaar. In totaal heeft de provincie Drenthe 1,9 miljoen euro uitgetrokken voor deze regeling. Daarnaast is er nog een regeling waarvoor boeren in aanmerking komen voor 1.500 euro om extra kennis te vergaren over een bepaald duurzaam onderwerp (bijvoorbeeld bodem of meer eiwit van eigen land) waar ze interesse in hebben.

Hoog gespannen ambities

De ambities van het provinciaal bestuur zijn hoog gespannen. „We willen koploper in Nederland worden op het gebied van duurzaamheid in de melkveesector”, liet gedeputeerde Henk Jumelet van Landbouw vorig jaar nog weten. „We zijn goed op weg. Een feit is dat tot op de dag van vandaag de provincie Drenthe de enige provincie is die samen met haar partners met een dergelijk project voor de melkveehouderij is gekomen.”

Vijftig boeren lopen voorop in het project. „Daar zijn we in 2018 mee begonnen”, zegt Balkema. „Die zijn al verder in de uitwerking van de duurzame plannen met hulp van adviseurs. Voor 200 melkveehouders die dit jaar zijn aangehaakt, verkeren de plannen nog in een pril stadium. Voor sommige maatregelen moet je ook geduld hebben om resultaat te zien. Het zijn soms kleine stapjes die pas over een paar jaar zichtbaar zijn. Het is bijvoorbeeld op korte termijn amper meetbaar als je maatregelen neemt voor meer organische stoffen in de bodem. Pas na een paar jaar kun je zien of het ook heeft gewerkt.”

Biologisch melkveehouder Peter Oosterhof uit Foxwolde is een van de vijftig melkveehouders van het eerste uur die zich hebben aangesloten bij het project. Het ging niet zonder slag of stoot. „Ik zit in een bijzondere situatie omdat ik in omschakeling zat naar biologisch boeren. Al eerder ben ik al langs de kringloopwijzer gelegd, maar was ik het toen niet eens met de uitkomst”, legt hij uit. „Ik scoorde te hoog op ammoniakuitstoot en op CO2-verbruik. Dat vond ik merkwaardig. Ik zorg ervoor dat mijn koeien extreem veel weidedagen hebben, meer is bijna niet mogelijk. Waar komt dan dat hoge percentage ammoniakuitstoot vandaan? Daarnaast gebruik ik geen kunstmest omdat we biologisch zijn. Dat kost al geen CO2. Daarnaast haal ik een keer per jaar maar één snede gras van het land, omdat we de koeien weiden en gebruiken dus amper diesel.”

Mest die door weidegang vrijkomt, gaat op natuurlijkste manier het land op

Ook stelden de adviseurs aan de hand van de kringloopwijzer vast dat er niet voldoende eiwit van het land werd gehaald. „Ik maai na 1 augustus niet meer. Daardoor heb ik minder massa in de kuil zitten. De adviseurs berekenen het eiwitpercentage aan de hand van de kuil. Maar als er veel minder in zit, scoor je ook lager. Dat klopt niet, want het zegt niets over de kwaliteit van de kuil.”

Deze kritische opstelling leidde ertoe dat de melkveehouder besloot om zelf een inhoudelijke folder te schrijven over zijn duurzame bedrijfsvoering. Met adviseur Peter Takens Kringloop Landbouw Advies heeft hij het aangepaste duurzaamheidsplan gemaakt. „Daar ben ik heel tevreden over, het gaat meer van de werkelijke praktijk uit. We scoren nu ook goed als het gaat om duurzaamheid. Wat mij nu overkomen is, daar hebben de nieuwe deelnemers profijt van.”

Bovengronds uitrijden mest

Voor de Drentse melkveehouder met 108 melkkoeien en 55 hectare grond begint het allemaal bij de bodem. „Om voldoende en kwalitatief goed gras te krijgen zal de bodem zo goed als mogelijk moeten functioneren. Daarom ben ik gestopt met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Mest moet worden uitgereden op een bodemvriendelijke manier en dat betekent: bovengronds, kleine porties en het liefst bij regenachtig weer.”

Door een weidegang van 250 dagen of meer met zoveel mogelijk dag en nacht weiden, is er ook minder mest om uit te rijden, constateert de melkveehouder. „De mest die door weidegang vrijkomt, gaat op de natuurlijkste manier het land op. Geen vermenging van mest met urine, betekent geen uitstoot. Hoe simpel kan het zijn? De natuur heeft dit zelf bedacht. De stikstof die nog in de resterende uit te rijden drijfmest zit, is veelal organisch gebonden. Door deze emissiearme mest bovengronds uit te rijden, wordt ook de bodem ontzien”, aldus Oosterhof.

Dit verhaal is het resultaat van een samenwerking tussen Agrio en het Ministerie van LNV en kan eerder zijn gepubliceerd in een of meerdere uitgaven van Agrio. Op het gebruikte beeld rust copyright.