‘Nog flinke stappen nodig voor die kringlooplandbouw’

„Ik las de landbouwvisie van de minister en dacht: dat kringloopdenken daarin spreekt me aan. Toen ik verder las, vond ik het toch veel woorden en weinig concreet.” Dat zegt melkveehouder Erik Valk in Broekland over de landbouwvisie van minister Carola Schouten. Volgens Valk gebeurt er al een heleboel. „Als landbouw gebruiken we nu al veel reststromen als voeding voor onze dieren.”

Biologisch melkveehouder Erik Valk in Broekland (OV) is nog niet helemaal in jubelstemming na de recente landbouwvisie van LNV-minister Carola Schouten. Toch is hij voorzitter van de 180 leden tellende Vereniging tot Behoud van Boer & Milieu (VBBM), die zichzelf omschrijft als ‘Grondlegger van echte kringlooplandbouw’.

Op het bedrijf van Erik en Rianne (95 koeien, 40 stuks jongvee, 50 hectare cultuurgrond in gebruik en 50 hectare natuurland) werken zij al enkele jaren samen met regionale collega-veehouders en akkerbouwers, maar om echt van kringlooplandbouw te spreken moet er nog veel gebeuren.

Afstemmen

"Met die collega’s proberen wij de bouw- en voerplannen op zo’n manier met elkaar af te stemmen dat mest en voer zoveel mogelijk in de regio benut kunnen worden. Maar als je het over de gewenste kringlooplandbouw in 2030 van de minister hebt, dan moeten nog flinke stappen worden gezet. Samenwerking met regionale boeren is fantastisch, maar wij vinden het wel belangrijk dat je zoveel mogelijk dezelfde intentie hebt en houdt.”

Beeld: ©Agrio / Ellen Meinen
Melkveehouder Erik Valk; „Wij zouden het heel fijn vinden als de medewerkers van het ministerie de vrijheid zouden krijgen om de huidige regels eens wat ruimer te interpreteren.”

Samenwerking

Ook Jaap Gielen, specialist melkveehouderij bij Countus accountants + adviseurs, kent de voor- en nadelen van samenwerking. „Zo’n lokale en regionale samenwerking zoals de minister die bepleit, is zeker goed, maar vaak lopen melkveehouders en akkerbouwers keihard vast. Ik zie dat hier geregeld in Flevoland. Een voorbeeld: de aanwendtijden voor mest van de melkveehouder sluiten niet altijd goed aan op de behoefte van de akkerbouwer. Dus voert de melkveehouder dan mest naar elders af en koopt de akkerbouwer kunstmest. Voor regionale samenwerking moet je als overheid het juiste instrumentarium qua regels leveren.”

Gielen is op zich wel blij met de visie. „Als je naar het verleden kijkt dan zie je vooral onduidelijkheid over welke kant het op moet met de melkveehouderij. In deze visie wordt duidelijk hoe het op de wat langere termijn moet. Dat sluit goed aan op de eerdere visies van de zuivel, LTO Noord en recent nog de NVM (Nederlandse Melkveehouders Vakbond, red.) over grondgebondenheid. Het is hartstikke goed dat het vizier van iedereen nu dezelfde kant op staat. Ik denk dat grondgebondenheid in de veehouderij een kernwaarde is.”

Volgens de minister moeten voorlopers ondersteuning en waardering krijgen, maar daar merkt de Broeklandse veehouder niet zo veel van. „Ik kom geregeld bij het ministerie. Drie jaar geleden hebben we als VBBM besloten om niet elke keer het gevecht aan te gaan, maar alleen onze standpunten en visie voor te leggen. Dan zie je de ambtenaren als uitvoerders van het beleid met de handen in het haar zitten. Ze willen best helpen, maar
zitten ‘gevangen’ in regelgeving.”

Vrijheid

„Wij zouden het fijn vinden wanneer medewerkers van het ministerie de vrijheid zouden krijgen om de huidige regels wat ruimer te interpreteren.” Waarmee Valk maar wil zeggen dat er meer gekeken moet worden naar de behaalde resultaten in plaats van het exact naleven van de voorgeschreven werkmethoden en/of middelen. Daarom werken de leden van de VBBM al jaren aan het zogeheten ‘Natuurlijk Kringloopcertificaat’. Geen rekenmodel, maar meten en rapporteren van de behaalde resultaten. „Stapsgewijs zijn wij zo steeds bewuster geworden van nut en noodzaak van het sluiten van de natuurlijke kringlopen.”

Gielen kent de VBBM. „Hun situatie en het streven naar bovengronds uitrijden van de mest is misschien niet vergelijkbaar met die van de hele melkveehouderij. Je kunt wel zeggen dat zij met het streven naar een gezonde bodem goed passen in de visie van de minister.”

Gevangen

Valk was wel getroffen door een zin in de visie van de minister. „In die zin stond dat boeren gevangen zitten in een systeem dat niet toekomstbestendig is. Nou, dat ervaren veel collega’s die het net iets anders aan willen pakken dan voorgeschreven. Dan loop je tegen de grenzen van onze overheid aan. Hoe we daar uit komen? Dat is niet zo moeilijk. Beoordeel ondernemers op behaalde resultaten en niet omdat ze de voorgeschreven systemen gebruiken. Nitraat in je grondwater? Laat mij als ondernemer monsters aanleveren, waarmee het gewenste resultaat behaald wordt. Maar leg mij geen methoden op die de natuurlijke processen bij ons bedrijf verstoren, ook al zouden die op papier de gewenste resultaten halen.”

Daar zit volgens Valk een groot pijnpunt binnen de landbouw. „Als boeren willen en moeten wij ons verantwoorden. Het vreemde is dat wij dit moeten met rekenmodellen. Neem de verplichte ammoniakemissie-beperkende maatregelen. Al 30 jaar
hebben wij hier enorm veel geld aan uitgegeven met als uitgangspunt dat die investeringen de berekende emissiebeperking zouden opleveren. Nu er echt gemeten wordt, blijkt dat die resultaten niet voldoende behaald zijn. Dat ziet de maatschappij natuurlijk en dan krijgen boeren kritiek, helaas.”

Eerlijke prijs

Gielen is blij dat Schouten een eerlijke prijs voor boeren belangrijk noemt. „Want dat gaat niet vanzelfsprekend. Ik zie steeds meer verschillende concepten bij veehouders. Met een grotere diversiteit van bedrijven die passen bij de talenten en de visie van zo’n boer. Daar hoort ook bij dat die ruimte krijgen en dat de wetgeving daarbij aansluit.”

Eigenlijk wordt er volgens Valk vooral naar het oplossen van problemen gekeken en niet naar de bron. „De uitdagingen waar de landbouw nu voor staat, komen voor een groot deel voort uit het naoorlogse Mansholt-beleid. Maximaal produceren om nooit geen honger meer te moeten hebben. Kunstmest, krachtvoer, gewasbescherming etc. deden hun intrede. Dat heeft geleid tot een hogere productie, maar had zijn keerzijde: verliezen naar grond- en oppervlaktewater. Bij elk nieuw ‘probleem’ werd er een technische en/of chemische ‘oplossing’ bedacht, zonder dat gekeken werd naar de gevolgen van deze ingrepen. In onze omslag naar kringloopboeren is het van belang de natuurlijke processen te respecteren en waar mogelijk te stimuleren.”

Volgens Valk moeten er middelen gebruikt worden die ‘het leven stimuleren in plaats van afbreken’. „Denk aan zeezout, koolstof, effectieve micro-organismen etc. Je moet fermentatieprocessen van de mest bevorderen en rotting voorkomen.”

Verantwoordelijkheid

In haar visie heeft Schouten het over een gedeelde verantwoordelijkheid van boeren, bedrijven en burgers. Dat spreekt Valk aan. „Het is natuurlijk zo dat de consument, maar ook wij, de waarde van voedsel zijn vergeten. Bezoekers hier op de boerderij betalen rustig meer voor onze rauwe melk, maar als diezelfde melk via FrieslandCampina in de winkel ligt, willen ze geen dubbeltje extra betalen. ‘Want wij kennen jou Erik en zien hoe je hier werkt’, zeggen die bezoekers dan. De herkenbaarheid van het Nederlandse product is te laag, daar is veel winst te halen. Ik hoop dat de visie van de minister zowel producent, retail als consument aan het denken zet. En het ministerie de juiste keuzes maakt om dat echt in daden om te zetten.”

Dit verhaal is het resultaat van een samenwerking tussen Agrio en het Ministerie van LNV en kan eerder zijn gepubliceerd in een of meerdere uitgaven van Agrio. Op het gebruikte beeld rust copyright.