Vierde generatie boer in Baambrugge

Vierde generatie boer in Baambrugge

Dirco te Voortwis is de vierde generatie boer op Boerderij Lindenhoff, dat sinds 1958 in Baambrugge ligt. Lindenhoff is een familiebedrijf. Dirco runt de boerderij, zijn broers doen de verwerking van de producten. De boerderij heeft een bijzondere stal, waarin koeien in een natuurlijke omgeving leven. Een stal met bomen erin.

Boerderij Lindenhoff

(Op een bordje staat: Lindenhoff Boerderij. Beeldtitel: Op weg naar een natuurinclusieve landbouw: veehouder Dirco te Voortwis. Een man opent de deur van een stal waar witte en bruine koeien in staan. De stal heeft een lichtdoorlatend dak en open zijkanten.)

LEVENDIGE MUZIEK

Ik ben Dirco te Voortwis. Ik ben van Lindenhoff Boerderij.
En Lindenhoff is een bedrijf, familiebedrijf en ik ben de boer en mijn broers doen de verwerking van producten.
We komen uit Baambrugge en we zitten hier al, ik geloof, vanaf 1958 of zo en op deze plek zijn we al de vierde generatie.

(Langs koeien met kleine horens in een wei loopt Te Voortwis. Later staat hij in de stal.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Ik denk dat het bijzondere is van de stal dat we echt proberen de koeien in een natuurlijke omgeving te laten leven.
Een koe is van nature een bosdier.
Als je een boom in het land zet, gaan koeien eronder liggen omdat ze het prettig vinden om onder een boom of een beetje beschut te liggen.
En toen dachten we: als we een nieuwe stal bouwen, bouwen we hem met bomen erin.

(Een machine strooit stro over de witte en bruine koeien in de stal.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Het belangrijkste voor mij is licht, lucht en ruimte.
Dus een lichtdoorlatend dak, lucht: zijkanten open, zo veel mogelijk.
En ruimte: koeien hebben ongeveer 10 vierkante meter per koe.
Daardoor kunnen ze hun horens ook behouden.

(Te Voortwis heeft mest in z'n handen.)

Dus wat heel belangrijk is voor mij, is vaste mest.
Dus we hebben eigenlijk een helemaal arbeidsextensieve stal.
We hebben een stroverdeler, die de koeien stro geeft.
De koeien trappen het zelf naar beneden.
Ik ben nog nooit met een greep in een van die hokken geweest.
Ze trappen het in de mestketting, die brengt het zelf op een hoop waardoor we het uit kunnen rijden over het land.
Het is goed voor je bodem en de kwaliteit van je gewassen die daaruit voortkomen.

(Buiten valt de mest op een hoop.)

Wat we in de hoofdzaak voeren, is gras.
We proberen de koeien met gras te mesten.
En dat zit helemaal vol met kruiden.
We zaaien zelfs kruiden in en we hebben steeds meer inheemse kruiden.
Het belangrijke daarvan is dat, dat...
Gras is voor mij het meest duurzame om aan je koeien te voeren omdat gras een heel positief effect heeft op de natuur omdat het een ontzettend goede opname van CO2 heeft.
Het is een zodengewas, waardoor je weinig erosie hebt.
Daarbij zijn kruiden belangrijk voor de smaak van het vlees omdat kruidenrijk gras geeft meer smaak aan het vlees.
En het is ook heel belangrijk voor de gezondheid van de dieren, ja.
De gezondheid is echt heel goed hier op het bedrijf.
We hebben, denk ik, zo'n beetje 400 beesten en ik denk dat we de laatste vier maanden niks ziek hebben gehad.

(In het midden van de stal staat een lange, gedekte tafel. Een vrouw legt plakjes vleeswaren op een glazen plateau.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Ik denk dat het heel belangrijk is dat je als boer in de samenleving staat en dat kan op allerlei manieren.
Net als nu hebben we dan een diner hier voor een klant.
Ik produceer vlees, maar iedereen weet dat het niet nodig is om elke dag vlees te eten en er is een steeds grotere groep mensen die bewust vlees gaat eten.
En als ze vlees eten ook kiezen voor een kwalitatief goed stuk vlees van een dier dat de aarde weinig belast heeft dat een vrij natuurlijk leven heeft gehad en daarbij ook nog een fantastische smaak.
MANNENSTEM: Deze koeien worden niet gemolken?
TE VOORTWIS: Nee, maar die koeien, zoals deze koe toevallig deze twee, een blaarkop en een witrik en dat daar zijn dubbeldoelkoeien die zijn wel gemolken geweest en die kunnen nog best wel goed een hoge kwaliteit vlees maken.
De meeste zijn luxerassen, dat is alleen vlees.
Die hebben een hogere kwaliteit vlees maar die heb je ook alleen maar voor het vlees.
Die worden wel vaak gebruikt voor natuurbegrazing en zo.
Ik denk dat het heel belangrijk is dat je echt probeert buiten kaders te denken.
De vleesprijs die je krijgt, is helemaal niet speciaal veel hoger een beetje tussen de vier en vijf euro, voor luxevlees is dat niet zo bijzonder.
En de dubbeldoelkoeien zitten daar nog ver onder.
Wat heel belangrijk is, is dat je ook gewoon aan je kosten denkt.
We kunnen wel allemaal mais gaan verbouwen, weet je wat dat kost?
En als je gewoon goed gras verbouwt en je kan er een beetje reststromen bij doen in de vorm van bietenpulp of een beetje bierbostel of weet ik wat en je kan de dieren op een rustige manier laten groeien dan ben je op een natuurlijke manier aan het boeren.
Ik heb onwijs lage dierenartskosten.
Ik heb heel weinig arbeid, omdat de dieren eigenlijk zichzelf heel goed redden.
Je ziet, ik heb overal over nagedacht.
Je moet dingen zo simpel mogelijk maken, dat is echt belangrijk.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Beeldtekst: Meer informatie over de bedrijfsvoering van Dirco te Voortwis is te vinden op de factsheets over natuurinclusieve landbouw. Deze staan ook op Groen Kennisnet. Op weg naar een natuurinclusieve landbouw. Copyright 2018.)