‘Hoe meer anti-vlees, hoe meer restproducten er komen’

Het bedrijf van varkenshouders Aad en Arjan van Leeuwen in Nederweert-Eind (LB) is al jaren bezig met kringlooplandbouw. Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelde in haar Landbouwvisie dat deze manier van boeren de toekomst is van de hele Nederlandse agrarische sector. „Dat is natuurlijk hartstikke goed, maar het is niets nieuws”, zegt Aad.

Vader (63) en zoon (35) Van Leeuwen hebben een varkenshouderij met 10.000 vleesvarkens, verdeeld over vier moderne stallen. Daarnaast hebben ze ongeveer 120 hectare grond, waar grotendeels maïs wordt verbouwd. Ook Aad’s vrouw, Diny (60), is actief in de maatschap. Hun dochter Saskia (33) beheert de horecagelegenheid Ons Boerenerf, dat direct naast het bedrijf ligt.

Beeld: ©Agrio / Ellen Meines
Aad en Arjan (rechts) van Leeuwen houden 10.000 vleesvarkens. „In totaal wordt er op ons bedrijf elk jaar 10.000 ton restproducten verwerkt”, zegt Aad.

Niets nieuws

Aad van Leeuwen is al jaren bezig met kringlooplandbouw. „Niet eens bewust, maar ik ben er mee opgegroeid. Als er vroeger een korrel voer op de grond viel, moest ik het opvegen van mijn vader. We verspilden niets. Dat is er met de paplepel ingegoten”, zegt Van Leeuwen.

Met zijn huidige vleesvarkens gaat hij verspilling ook tegen, maar op veel grotere schaal: hij koopt reststromen van de levensmiddelenindustrie op. „Ons voer maken we zelf, we mengen het en we kopen het zelf in. Denk aan aardappelstoomschillen, sojapasta van Alpro, kaaswei, gebakken friet, brood en tarwegistconcentraat. Het is afhankelijk van wat het aanbod is.” Deze reststromen worden in de eigen mengkeuken op het bedrijf verwerkt tot geschikt brijvoer.

CCM

Aad en zijn zoon telen daarnaast CCM op eigen grond en ze kopen in via een stuk of tien leveranciers uit de buurt. „Tijdens een normaal jaar hebben we zelf ongeveer 60 ton maïs per ha van eigen land, waarvan 15 ton CCM. De andere 45 ton blijft op het veld liggen. Dat werken we weer in de grond. Het bevordert het bodemleven. Onze CCM-teelt is hartstikke duurzaam.” Ook omdat het niet eerst naar een droger wordt getransporteerd en naar de voerfabriek. „Dat scheelt niet alleen productiekosten, maar ook transportkosten.”

Ook werkt Van Leeuwen samen met een aantal akkerbouwers in de buurt. „We bekijken wat we samen hebben aan grond en ruilen het onderling, zodat er geen monocultuur ontstaat en we een goede bodem houden.”

Mestverwerking

Van Leeuwen voert zijn varkensmest af naar een verwerker in Ysselsteyn (LB), waar de scheiding plaatsvindt en waar het exportwaardig wordt gemaakt. „Zelf voeren we rundveemest uit de buurt aan op het veld. Dat is beter voor de grond dan onze eigen varkensmest.” Van Leeuwen heeft wel de wens om in de toekomst de mest op zijn eigen bedrijf te kunnen verwerken. „We hebben al een mestverwerkingsvergunning, Daar willen we wel mee aan de slag, maar zo ver zijn we nog niet.” Daarnaast verhinderen de regels vanuit Brussel op dit moment het gebruik van eigen mest nog. Het aandeel kunstmest kan pas worden verkleind wanneer Europa het gebruik van bewerkte dierlijke mest als mineralenconcentraat en digestaat (restproduct van mestvergisters) erkent als kunstmest.

Ook op andere gebieden is Van Leeuwen al volop bezig met de kringloop. Het bedrijf is dankzij 1.440 zonnepanelen volledig energie-neutraal. Daarnaast wordt er in Ons Boerenerf varkensvlees van eigen bedrijf geserveerd.

De Limburgse varkenshouder was blij te lezen dat ook de minister wil gaan inzetten op kringlooplandbouw in Nederland. „Maar dit is voor ons niet nieuw. Wat wel hartstikke mooi is, is dat ze kunstmest zoveel mogelijk wil uitbannen en dat we organische mest moeten aanwenden. Het is een doorn in het oog dat ik mijn eigen mest moet verwerken en elders heen moet om kunstmest aan te kopen. Ik zie het als een absoluut voordeel om zoveel mogelijk je eigen mest te gebruiken. Dat is ook milieubewust, alleen al om de afstanden die niet afgelegd hoeven te worden.”

Anti-vlees

Op de vraag of er wellicht ook minder grootschalig geboerd moet worden, heeft Van Leeuwen een duidelijk antwoord. „Tijdens presentaties zeg ik altijd: ‘Geen intensieve samenleving, zonder intensieve veehouderij’. Van Alpro, dat vegetarisch voedsel produceert, neem ik per week 60 ton sojapasta af, dat wij verwerken in het brijvoer. Dus hoe meer anti-vlees zij preken, hoe meer restproducten er op de wereld komen, hoe groter het probleem. We moeten de varkenshouderij dus omarmen als verlengde van de samenleving. Grootschalig is nodig, om die restproducten te kunnen verwerken. Als dat niet lukt, wordt ons eten namelijk een stuk duurder.”

„Mij wordt vaak de vraag gesteld waarom ik voor de hele wereld wil produceren”, zegt Van Leeuwen. „Kijk, in West-Europa wordt een groot deel van het voedsel voor de wereld geproduceerd. Ik voer brood aan de varkens, elke week komt er één vracht. Als ik maar 1.000 varkens zou hebben, zou ik met die vracht tien weken doen. Dan is het brood bedorven. Een halfvolle vrachtwagen laten komen, is absoluut niet milieubewust. In totaal wordt er op ons bedrijf elk jaar 10.000 ton restproducten verwerkt. Op de manier waarop wij werken, heb je een grote groep varkens nodig, dat lukt niet met 100 scharrelvarkens in een weiland.”

Utopie

In haar visie hamert Carola Schouten erop dat ook overige partijen in de voedselketen mee moeten werken aan verduurzaming van de voedselproductie en -consumptie. „Dat vind ik helemaal niet relevant”, zegt Van Leeuwen stellig. „Een betere prijs voor de boer vanuit de inkopers is door de vrije handel in Europa een utopie. Een betere prijs is wel gewenst, maar de prijs wordt bepaald door vraag en aanbod. Ik zie veel liever dat de regering veel meer de boer faciliteert met het realiseren van mestverwerking en aanwending. We lossen namelijk een groot maatschappelijk probleem op, maar worden gestraft voor de mest die daarbij vrijkomt. Faciliteer die boer, zo los je de problemen pas op. We gaan op dit moment kapot aan de mestkosten. Mest is geen vergif.”

Hoe groot is de kringloop?

Dat is een vraag die Aad graag zou stellen aan minister Schouten. „Is het je regio? Is het Nederland, de Benelux? Of misschien Europa?” Als het aan de varkenshouder ligt, is het de laatste optie. „Wij verkopen aardappelen aan een Belgische frietfabriek en krijgen daar aardappelstoomschillen voor terug. Hoe groot is dan je kringloop? Ik ben voor zo groot mogelijk. Het maakt niet uit hoe groot het is, als het maar een kringloop vormt.”

Grenzen over

Minister Carola Schouten geeft in haar visie eigenlijk al antwoord op de vraag van varkenshouder Aad van Leeuwen. Ze besteedt in haar gepresenteerde visie veel aandacht aan de schaal van kringlooplandbouw. ‘De ondernemers kunnen daar zelf vorm aan geven. Een samenwerking op regionale schaal kan ook breder worden opgezet. Een regionaal samenwerkingsverband kan in overleg gaan met gemeenten, waterschappen, natuurbeheerders, toeleveranciers en de detailhandel.’

Echter, geeft Schouten verderop in haar rapport aan, ook de internationale dimensie speelt een grote rol. Een kringloop hoeft zich dus niet slechts regionaal te vormen.

‘Markten zijn internationaal en kringloopsystemen kunnen zich eveneens over nationale grenzen heen uitrekken.’ Van Leeuwen kan dus tevreden zijn met de visie van Schouten. Ze zitten op één lijn.

Dit verhaal is het resultaat van een samenwerking tussen Agrio en het Ministerie van LNV en kan eerder zijn gepubliceerd in een of meerdere uitgaven van Agrio. Op het gebruikte beeld rust copyright.