Visie en ambitie in de melkveehouderij

Op de achterkant van het erf van melkveehouder Arnold van Adrichem kijk je uit op de gemeente Westland, ‘van de kassen’. Van Adrichem zelf is van de gemeente Delfland, ‘van het groen’. De melkveehouder is niet alleen de laatste linie ‘van het groen’, met zijn 65 Montbéliarde-melkkoeien in Schipluiden, is hij ook een zeer ervaren kringloopboer.

Beeld: ©LNV / Frank Heukels
Uitzicht op het Westland

Zijn eerste kringloopcertificaten dateren van ruim 15 jaar geleden, daarmee was hij eerder dan zijn eigen gemeente. Deze maakt dan ook dankbaar gebruik van Van Adrichem, als uithangbord en wandelende encyclopedie van de kringloopgedachte.

Terwijl hij met een wijds gebaar zijn weilanden in zijn betoog betrekt, vertelt Van Adrichem zakelijk over zijn aanpak: “Op dit perceel heb ik twee jaar lang geen kunstmest gebruikt, wel wat extra mest uitgereden. Productief kruidenrijk grasland is het nu. En inmiddels heb ik hier de beste grasopbrengst, qua volume.” Het is zijn paradepaardje. Hij weet en meet alles. Zo zijn de ronde balen (“want dan heb je geen broei”) allemaal genummerd en wordt bijgehouden wat de voedingswaarde van het hooi op een specifiek stuk van het perceel is. “En ik houd het gedrag van de koeien in de gaten. Gaan ze bijvoorbeeld meer herkauwen, dan onderzoek ik wat daarvan de oorzaak is,” vertelt de melkveehouder.

Beeld: ©LNV / Frank Heukels
Rollen hooi met markering, zodat Van Adrichem exact weet van welk stukje grasland dit hooi afkomstig is

Het optimale gras groeien en op het juiste moment maaien is pas het begin. “Het jong gemaaide gras blijft zo’n drie dagen in de pens van de koe. Dat is zo’n 200 kilogram, ofwel een derde van de hele koe. Dan is het dus belangrijk dat daar voedingsrijk gras in zit. Als de koe het te snel verwerkt, haalt ze er te weinig energie uit. Af en toe halen we de mest door een theezeefje, als je dan nog kuilgras tegenkomt, is het te snel gegaan,” doceert Van Adrichem.

Beeld: ©LNV / Frank Heukels

Kringloop en onzinmaatregelen

Door op het erf rond te lopen, komt automatisch ‘de kringloop’ ter sprake. Waarbij Van Adrichem gelijk aangeeft dat de definitie wat hem betreft wel wat scherper kan: “Het hele verhaal over  de regio is veel minder belangrijk dan het nu wordt gemaakt. Het gaat om Koe – Mest – Bodem – Plant – Koe – Etc. Dát is de kringloop die we zoeken en waar we de toekomst mee in kunnen.”

Exact deze kringloop brengt Van Adrichem al sinds jaar en dag in praktijk in Schipluiden. “Mijn eerste kringloopcertificaat kreeg ik al zo’n vijftien jaar geleden. Ik doe al een tijdje mee ja,” bevestigt hij. En dus heeft hij van alles zien gebeuren en passeren. Meest recentelijk de maatregelen van het kabinet om de stikstofuitstoot tegen te gaan, door het gebruik aan eiwitten in diervoeder aan banden te leggen. “Die regels gaan helemaal nergens over,” is de ondernemer duidelijk. “Die eiwitten zijn hartstikke nodig voor gezonde koeien. Mijn eiwitgehalte over het afgelopen jaar bedroeg 12,5% en dat is prima voor mijn Montbéliarde-koeien. Bij andere rassen is dat eerder 14%.” Wat dat betreft vindt hij het beleid sowieso erg verwarrend: ”Voor de stikstofdepositie moet je jaarrond mais planten, maar als je biodiversiteit wilt heb je grassen en kruiden nodig. Dat is dus tegenstrijdig. Waar is die stip op de horizon?”

"Groei is noodzakelijk voor een stabiel inkomen"

Van Adrichem werkt al jaren met koeien van het Montbéliarde-ras. “Het is een sober ras koeien. Ik heb ze gemiddeld 7,5 jaar, dat is toch 2,5 jaar meer dan gebruikelijk. Dat betekent dat ik minder jongvee hoef op te fokken.” Van Adrichem levert 60.000 liter melk per jaar aan de zuivelcoöperatie.

Beeld: ©LNV / Frank Heukels
De ijsfabriek met koudwatertank

Échte Delflandse boerenzuivel

“In principe moet je groeien om een boterham te kunnen blijven verdienen,” legt Van Adrichem zijn visie op zijn bedrijf uit, “maar ik kan hier geen kant meer op en dat wil ik ook helemaal niet. Ik kon tien jaar geleden drie keer zoveel stal bijbouwen, de bank had het geld al klaarliggen. Maar ik vond het wel prima met een minder grote aanbouw en heb daar nooit spijt van gehad.” Wat de melkveehouder wel deed, was nadenken over samenwerking met een aantal collega’s uit de gemeente Delfsland. Zo ontstond een zuivelcoöperatie, waar Van Adrichem vijf collega’s vond met eenzelfde visie op de melkveehouderij en de toekomst. “Het is geen vetpot hoor,” waarschuwt hij gelijk. “We hebben pas na een paar jaar een paar honderd euro overgehouden. Het kost vooral heel veel tijd en energie.” Maar het resultaat mag er zijn. Inmiddels rollen er 2000 literflessen yoghurt en melk per week uit de heuse zuivelfabriek, waar ook nog ijs wordt gemaakt.

Beeld: ©LNV / Frank Heukels
De ijsfabriek

Dat betekent dat de grens van de huidige locatie, op Hoeve Bouwlust, waar het kattenasiel, de camping, de winkel en het terras zorgen voor een heerlijke drukte, wel in zicht komt. Er moet een ‘Kuipiaanse’ beslissing worden genomen: de huidige locatie vernieuwen en vergroten, of nieuwbouwen op een locatie dichter bij de A4, waar alle ruimte is. In overleg met de gemeente wordt komende tijd een beslissing genomen.

Pensioen

Het zal voor Van Adrichem het slotakkoord van een rijke kringloopcarrière betekenen. De pensioengerechtigde leeftijd nadert en de boer vindt het wel tijd worden om wat minder en vooral, minder hard, te werken. Er mag wel wat meer gefietst worden, en gereisd, samen met zijn vrouw. Over de toekomst van zijn bedrijf maakt hij zich weinig illusies. Met vier WO-opgeleide kinderen ligt een opvolger niet in de lijn der verwachting. Wat hij wél heel graag wil, is een duurzame omgeving nalaten, waar andere boeren uit de regio gebruik van kunnen maken. “Ik wil dat hier een cultuur ontstaat die het kringloopdenken stimuleert en mogelijk maakt.” Een hoger doel dus, een erfenis waar meer generaties plezier van gaan beleven. Aan ambitie geen gebrek.

Heeft u ook goede ideeën voor kringlooplandbouw? Bent u op zoek naar een samenwerkingspartner of wilt u advies over kringlooplandbouw? Het ministerie van LNV nodigt u uit uw vragen en initiatieven te delen via het Doe mee-loket.

Publicatiedatum op deze site: 28 juli 2020